NTR
30 april 2010

De bezinger van het menselijke tekort is Bob Dylan. Bij het begin van mijn studie geschiedenis in Leiden kocht ik een cd’tje van hem. Na een uur was ik er wel klaar mee. Hoeveel melancholie kan een mens verdragen voordat hij tegen die melancholie zelf in opstand komt? Bij mij was het een uur. Sommige mensen kunnen een heel leven worstelen met de melancholie en elke keer weer erin berusten. Bob Dylan zingt voor hen die berusten dat gedane zaken geen keer nemen. Alle liedjes van Bob Dylan gaan over de dood. Bill Mensema schreef een roman over hem, Bob Dylan, over hoe hij Groningen bezocht en er iets vond dat hij thuis had gelaten.

Alle wegen leiden naar het noorden. Groningen. Hier hangt in het najaar de geur van suikerbieten. Al het literaire talent in deze stad stelt zich vroeg of laat de vraag moet ik gaan of moet ik blijven. Als je hier blijft moet je wel verdomd goed weten wat je hier houdt, zo ver weg van de literaire kerncentrales in de Randstad.

En wie weg gaat, waarom gaat hij of zij weg en wat blijft er aan Gronings hangen. Groningen voelt als een open stad maar naarmate ik er vaker kom hoe stugger de stad begint aan te voelen. Dit is een stad die je tot een gevangene maakt van je verlangens.

De persoonlijke strijd van Vlaamse schrijvers
Wat is er gaande met de schrijvers in Antwerpen? Waarom kreeg Kristien Hemmerechts stront tegen haar voordeur? Waarom roept Tom Lanoye om de nieuwe mens? Welke gebeurtenis kantelde het leven van Bart Moeyaert? Met deze vragen gaat Abdelkader Benali op pad in de eerste aflevering van het nieuwe literaire programma ‘Benali in Boeken’.

Get Microsoft Silverlight

Rachida Lambarat groeide op in Borgerhout. We lopen door haar wijk. Ze is zwanger van haar vierder kind. Hier voelde ze zich een ander, een buitenstaander. Niet alleen een vreemde voor de Vlamingen, ook een buitenstaander in haar familie. Ze wilde een schrijver worden. Wegvliegen uit de wijk. Ik mag haar huis in en ontmoet haar moeder die druk bezig is met het middageten. Haar broer lag op de bank te slapen in de keuken en is net wakker geworden. Hij is niet verbaasd ons te zien. Rachida is beroemd aan het worden. Voor Rachida Lamrabet schrijft over het leven van de mensen in Borgerhout omdat ze deze mensen een stem wil geven. Zo dicht zij de gespletenheid.

Kristien Hemmerechts woont in een mooi groot huis. Voor haar deur werden zakken afval geleverd door mensen die het haar kwalijk namen dat ze opkwam voor buitenlanders. Ze lijkt er nogal laconiek mee om te gaan. Misschien heeft dat wel met het huis te maken, dat ze ooit deelde met haar man en dichter Herman de Koninck. Het is ruim en diep en voelt aan als een fort tegen de buitenwereld. Hier is ze veilig. De wereld voelt ver weg. “Ik fiets door Antwerpen. De tunnel onder de Schelde is mijn favoriet. Vanaf de andere kant kan ik zien dat Antwerpen helemaal niet zo groot is als ze lijkt.” Vanaf de andere kant van de Schelde lijkt Antwerpen niet op een gespleten stad, maar is dat wel zo?

Tom Lanoye heeft een antenne voor het opvangen van het gemoed van de stad. Hij vertelt me dat dit komt door de stad Antwerpen zelf, door wat er gaande is en hem bezig houdt. Hij is een seismograaf van de stad. We bezoeken het nieuwe cultuurcentrum Mas aan de Schelde. Volgens hem loont het om positie in te nemen tegen extreem rechts. “Dit cultuurcentrum is de reactie op de licht fascistoide atmosfeer die in deze stad hangt.”

Hij bedoelt daarmee dat door de opkomst van het Vlaams Blok, de migrantenkwestie, de intellectuele elite van Antwerpen zich gedwongen zag om antwoorden te formuleren. Het cultuurcentrum is een antwoord in steen gebouwd op een diepgaande strijd over waar Antwerpen voor moet staan. Als we op het dak staan begint het te sneeuwen. De eerste sneeuw van de ochtend en een uur later ligt de stad weer onder een dik pak sneeuw. Tom Lanoye is trots maar zijn positie stuit toch ook op weerstand? Hoe gaan de Vlaamse auteurs daarmee om?

Bart Moeyaert is een van de schrijvers die de rauwe werkelijkheid hebben gevangen in een gedicht. De werkelijkheid gevangen nemen klinkt wrang wanneer ik, lopend door Antwerpen, besef dat het gaat om een moord op een Malinese au-pair en het kind waarop ze paste. Toch deed Bart Moeyaert dit. Hij is een schrijver die niet gewoon is om zo verstrengeld te raken in de werkelijkheid maar vertelt me in Antwerpen op de plaats waar de moord plaatsvond hoe hij te werk ging om als dichter de woede en pijn in woorden te vangen. Het gedicht gaf troost maar het gedicht ving ook het gemoed van de stad. Wat er toen omging in de stad staat in het gedicht. Ik vraag me af hoe schrijvers dit doen.

Klik hier voor het gedicht “Vrouw en Kind” van Bart Moeyaert.

Als kind ging ik naar Antwerpen op familiebezoek. Op zaterdagavond kwamen we aan, zondagmiddag verlieten we alweer. In Antwerpen was alles anders. De koffie smaakte anders. “Hebben jullie ook racisten in Holland,”  vroeg mijn paar jaar oudere neefje. Racisten? Dat woord had ik nog nooit gelezen in de Suske en Wiske. “Het stikt er van hier,” zei hij laconiek, alsof hij het had over een sprinkhanenplaag die van tijd tot tijd over kwam. Alsof hij het had over de griep. Vanaf dat moment was mijn nieuwsgierigheid geprikkeld. Ik wilde een racist ontmoeten, het liefst een Antwerpse. “Gaan we een racist opzoeken,”  vroeg ik mijn neef.

Die avond reden we terug naar Nederland zonder een racist gezien te hebben. Sindsdien heb ik nog vaak gehoord over de racistische, over het Vlaamse Blok, over de hoofddoekjeskwestie en elke keer viel me op hoe scherp de Vlaamse auteurs erop reageerden. Ik ga weer terug naar Antwerpen en vraag me af: hoe gaan de Vlaamse auteurs met deze rauwe werkelijkheid om?

21 april 2010

Roel van Dalen is een Nederlands regisseur en scriptschrijver. Van Dalen (1959) werkte onder meer bij ‘BGTV’ en ‘Diogenes’ van de VPRO. Hij werd bekend met documentaireseries ‘Een Koninklijk Gezelschap’ over het Koninklijk Concertgebouworkest en ‘De Kinderen van De Hondsberg’ over verstandelijk gehandicapte kinderen. Ook maakte hij de documentaire ‘Ajax: Daar Hoorden Zij Engelen Zingen’,  ‘Discovering Sound’ over de Portugese pianiste Maria Joao Pires en ‘De Wereld Beweegt’ over zangeres Wende Snijders. In 2009 regisseerde hij ‘The New York Connection’, een serie over het 400-jarig bestaan van New York. In 2010 filmt Van Dalen behalve ‘Benali in Boeken’  ook een documentaire over het Amsterdamse Stedelijk Museum.

21 april 2010

Abdelkader Benali (1975) werd geboren in Marokko. Als klein jongetje kwam hij naar Nederland. Zijn ouders vestigden zich in Rotterdam, waar zijn vader een slagerij begon. Benali debuteerde – heel jong – op eenentwintigjarige leeftijd met de roman Bruiloft aan zee, waarvoor hem de Geertjan Lubberhuizenprijs werd toegekend. Dit eerste boek betekende meteen zijn doorbraak in de letteren. Bruiloft aan zee werd onthaald op veel kritische lof en gewaardeerd als het ideale boek van een zeer getalenteerde allochtone schrijver die daarin op een even lucide als lichtvoetige manier een aspect van migrantenproblematiek literair verwerkte. De roman groeide langzaam uit tot een bestseller en werd vertaald in vele landen.

In de jaren direct daarna deed Benali ook van zich spreken als literatuurcriticus (in het Algemeen Dagblad), verhalen- en toneelschrijver en dichter. Maar pas in 2002 verscheen zijn tweede roman, De langverwachte, die insloeg als een bom en waarmee hij definitief zijn naam vestigde als belangrijk schrijver in de Nederlandse literatuur. De langverwachte werd bovendien onderscheiden met de Libris Literatuur Prijs 2003.

Zijn volgende roman, het begin 2005 verschenen Laat het morgen mooi weer zijn, bezegelde zijn overstap van uitgeverij Vassallucci naar De Arbeiderspers. Dit zeer lovend ontvangen boek was het eerste in een reeks van titels, wat alles zegt over de vruchtbare bodem die het nieuwe huis hem heeft geboden en over de productiviteit van Benali als schrijver. Binnen anderhalf jaar verschenen behalve Laat het morgen mooi weer zijn het samen met Herman Obdeijn gepubliceerde boek Marokko door Nederlandse ogen 1605-2005, de dichtbundel Panacee, het toneelstuk Jasser en de reportage Berichten uit een belegerde stad, de oogst van een verblijf van enkele maanden in Beiroet, waar Benali in de zomer van 2006 ongewild in een oorlog (die tussen Israël en Hezbollah) verzeild raakte en waarover hij op een weblog van Vrij Nederland dagelijks verslag deed. Bovendien verscheen met Wie kan het paradijs weerstaan in diezelfde periode bij de Bezige Bij een briefwisseling met zijn vriend Michaël Zeeman. De brieven beslaan het grootste deel van 2004, toen Benali, net als Zeeman, woonachtig was (althans voor een groot deel van zijn tijd) in Rome.

In november 2006 verscheen Feldman en ik, zijn zesde boek bij De Arbeiderspers. Daarna volgde de roman De Marathonloper, Benali’s (literaire) verbeelding van zijn eigen ervaringen met en fascinatie voor het hardlopen. In 2009 verscheen de roman De stem van mijn moeder, waarin Abdelkader Benali terurgkeert naar het thema uit o.a. Bruiloft aan zee: dat van het migrantenkind tussen twee culturen. In januari 2010 verscheen Zandloper, Benali’s nieuwe hardlooproman.

Kijk voor meer informatie op: www.abdelkaderbenali.nl