De literaire column: niet vergeefs geleefd…..
De literaire column in Amsterdam staat centraal in de zesde en laatste aflevering van Benali in Boeken, woensdag 2 juni bij de NPS op Nederland 2. Schrijver Henk Hofland: “Een column moet nieuwsgierig maken, iets nieuws brengen. De laatste zin moet je een gevoel van voldoening geven. En als je dan na vier minuten de column hebt gelezen weet je dat je niet vergeefs hebt geleefd”.
Klik op één van de steden voor de bijbehorende aflevering en weblogs.
De meeste mensen worden wakker met de gedachte waar hun sokken liggen, Aaf Brandt Cortsius wakker met de gedachte “wat zal ik vandaag eens schrijven.” Ze pluist dan door kranten, leest nieuwsberichten totdat ze op iets stuit waar ze haar tanden kan zetten. “Heel af en toe schrijf ik een column vooruit, dat is wanneer ik er een paar dagen uit ga.” Ze was laatst in Berlijn, toen had ze de column al af voor vertrek. Ik vraag haar of ze een column heeft voor noodgevallen. “Ja, die heb ik.” Ze vertelt me over de inhoud van die column zoals een boer zou praten over wat er in zijn melk zit. Niets te verbergen. Columns schrijven is elke dag een heel klein beetje gif eten.
Met Aaf Brandt Cortsius bezoek ik voor het eerst in mijn leven het gebouw van de Tweede Kamer. In de fractiekamer van het CDA viert de Jan-Peter Balkenende zijn verjaardag met mensen die op dezelfde dag als hij zijn geboren. Ideaal voor een column, zei Aaf vooraf. Ik ben er voor Aaf, niet Balkenende. Er is veel media. “Er is teveel media,” zegt Aaf. Minder ideaal voor een stukje. Ze stelt her en der wat vragen aan mede-jarigen, een titel die snel ingeburgerd zal raken in het Nederlandse taalgebruik, het is niet wanneer ben jij jarig maar: met wie ben jij jarig? “Ik? Met Sadam Hoessein.” “Leuk, ik met een van de bandleden van Abba. Je weet wel, die met een baard.” Aaf had meer verwacht van dit evenement. De volgende ochtend is het eerste wat ik doe haar column lezen.



