
![]()
Bernlef (1937) schreef een groot aantal gedichten, romans, verhalen, toneelstukken en essays. In 1959 stuurde hij enkele niet eerder gepubliceerde verhalen en gedichten in voor de Reina Prinsen Geerligsprijs, die aan hem werd toegekend. De winnende gedichten verschenen in 1960 in Kokkels en de verhalen in datzelfde jaar in Stenen spoelen. De twee boeken vormen samen zijn debuut.
Het werk van Bernlef is vaak bekroond. In 1962 kreeg hij de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor zijn dichtbundel Morene (1961) en in 1964 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor Dit verheugd verval (1963). In 1984 werd zijn hele oeuvre bekroond met de Constantijn Huygensprijs. Voor de roman Publiek geheim (1987) kreeg hij de AKO Literatuurprijs en in 1994 werd hem de P.C. Hooftprijs toegekend voor zijn poëzie.
Met de roman Hersenschimmen (1984) brak Bernlef door naar het grote publiek: van het boek zijn in Nederland en Vlaanderen inmiddels meer dan een half miljoen exemplaren verkocht en het werd al in zestien talen vertaald. Meer dan een verhaal over dementie is Hersenschimmen een liefdesgeschiedenis, met een onvermijdelijk tragisch einde. In 1988 werd de roman verfilmd door Heddy Honigmann, met Joop Admiraal in de hoofdrol.

![]()
Hoofdpersoon Maarten Klein verliest langzaam maar zeker zijn greep op de werkelijkheid. Hij kan heden en verleden niet meer onderscheiden, wil plotseling weer naar zijn werk terwijl hij al gepensioneerd is en ziet zijn vrouw voor een vreemde aan. Momenten van helderheid worden meer en meer verdrongen door ontreddering en verwarring. ‘Net als ik lekker lig komt Vera me wekken. Is het ochtend? En waarom al die haast? En sinds wanneer kleed ik mij zelf niet meer aan?’
Toen Bernlef Hersenschimmen schreef was er nog weinig bekend over dementie. Bernlef schreef vanuit zijn verbeeldingskracht, maar kreeg als schrijver te maken met lezers die het onderscheid tussen werkelijkheid en fictie niet wilden maken. Heeft de verbeelding stand gehouden?



