NTR

Anneke Claus schrijft. Gedichten, toneelteksten, korte verhalen en columns. Haar poezie werd gebloemleesd in o.a. de De 21ste eeuw in 185 gedichten (red. Gerrit Komrij), De Contrabas Canon (red. Chretien Breukers) en Ik ben een bijl (red. Erik Jan Harmens) en verscheen in verscheidene gerespecteerde en minder gerespecteerde bladen.

In 2005 ontving ze het Belcampo Stipendium voor haar poeziedebuutBONZAI!. In 2006 volgde Kogels zijn Woorden / Woorden zijn kogels, een stemmenspel in dertien delen. 2008 was goed voor een tweede dichtbundel, Dat was dat. Op 29 januari 2009 werd Claus voor twee jaar benoemd tot stadsdichter van de gemeente Groningen. (Bron: www.annekeclaus.nl)

“Grote vraag is: Is het erg dat Groningen een stad is waar je weggaat? Ik kom ook op zo’n punt. Ik vind het wel erg dat Groningen niet wat trotser is op haar inwoners, maar misschien is het niet zo erg dat de kracht van deze stad is dat het een kweekvijver voor talent is. Ik studeer al sinds 1997 Frans aan de RUG maar heb ’t op mijn scriptie na niet afgemaakt. Misschien doe ik dat ooit nog, maar ben nu druk als stadsdichter en verdien ook wel geld met vertalingen. Ik heb in de openbare bibliotheek een stadsdichtersbureau en daar kunnen op vrijdagmiddag Groningers komen met verhalen die mij kunnen inspireren tot een gedicht. Als ik wegga, ben ik ook weg. Het lijkt mij vervelend als je hart half achterblijft in een stad. Ik ben opgegroeid in Doetinchem en destijds was de overstap naar Groningen voor mij groot genoeg. Ik durfde niet eens naar Amsterdam. Nu denk ik: waarom niet?

Over dat minderwaardigheidscomplex, ik noem het een soort Oostbloktrots heb ik ook wel gedichten geschreven. Er gebeurt in Groningen eigenlijk best genoeg om te blijven, maar het gaat ook domweg om geld. Als je hogerop wil, is er in het Westen gewoon meer geld en meer werk.’

Kijk voor meer informatie op: www.annekeclaus.nl