Bart Moeyaert debuteerde op negentienjarige leeftijd met het autobiografische ‘Duet met valse noten’ (1983). Sinds 1995 is Moeyaert fulltime schrijver en publiceerde hij tientallen kinderboeken totdat hij ook voor volwassenen ging publiceren: ‘Het is de liefde die we niet begrijpen’ en ‘Broere’. In 2004 verscheen ‘Dani Bennoni’, dat o.a. bekroond werd met de Nienke van Hichtumprijs. Ook poëzie voor volwassenen volgde: de twee dichtbundels ‘Gedichten voor gelukkige mensen’ en ‘Verzamel de liefde’.
Moeyaerts werk is veelvuldig bekroond in binnen- en buitenland en wordt in meer dan vijftien talen vertaald.
Bart Moeyaert was van 2005 tot 2007 staddichter van Antwerpen. Deze gedichten zijn verschenen in de bundel ‘Gedichten voor gelukkige mensen’.

Op 11 mei 2006 werd een Turkse vrouw, een Aftrikaanse aupair en het blanke meisje van 2 Luna neergeschoten. De 18 jarige racistische jongen uit een Vlaams Belang milieu had tien kogels in zijn geweer en wilde daar zoveel mogelijk allochtonen mee omleggen. Hij schoot per ongeluk ook een blank kind dood en werd gestopt door een politieagent.
‘Iedereen was geschokt. Ik kreeg een mail van de oma van Luna, zij had juist mijn boek ‘ Luna van de boom’ door mij laten signeren. Ik heb meteen een gedicht geschreven dat verscheen in alle kranten en op het nieuws. Daarna heb ik het gedicht op de begrafenis voorgelezen. Een van de zwaarste dingen die ik ooit heb gedaan. De kerk is vlak bij de plek waar het allemaal is gebeurd. Er waren wel 20 nationaliteiten bij elkaar. Het was zo emotioneel.
Ik heb nooit het gevoel gehad dat literatuur echt iets zou kunnen betekenen, maar door dat gedicht denk ik daar nu anders over. Zoveel mensen hebben me aangesproken, zoveel mensen hebben me bedankt voor de troost die het gedicht ze gaf. Ik kon eindelijk echt iets betekenen.’ ( uit: research Helena Hilgerdenaar)
Gedicht dat Bart Moeyaert schreef n.a.v deze gruwelijke racistische moord in 2006:
Vrouw en kind
Was je niet liever thuisgebleven ?
Had je de oceaan niet moeten laten,
Breed als hij is, en heb je onze kou
Dan nooit gehaat? Dicht bij de evenaar
Is de maan een boot, een hand, een kom.
Daar kan wat in. Veel zorg. Hier niet.
Hier wast de maan als een doof oor.
Ze leunt en luistert niet. Je hebt de man
Die jong maar moe was niet gekend.
Hij leed waarschijnlijk aan het draaien
van de aarde. Dat moet haast wel, als je
de waarde van warmte vergeet en
op een middag vindt dat de zon nu
lang genoeg geschenen heeft. Hoezo
heb je het koud .Last van mijn blik?
Koud om je hart? Koud als je valt?
Jij was hier nog niet eerder, wel.
Went het een beetje onderhand.
Heb je het naar je zin of niet. Vind je
Dit land geen land voor jou misschien,
Geen land van melk en honing.
Hoor ik je taal, hoor ik je heimwee,
Hoor ik je, hoor ik je, het is je geraden,
Van wie is dit kind? Het duurt geen tel
En de stad is veranderd. Dat dacht ik
Vannacht toen de maan hier een oog was,
En boven het land van je moeder een hand.
Een boot. Een kom. Ik vroeg me af
Of jij ook na je dood blijft zorgen
Voor het kind. En zal ik eens in jouw plaats
Vragen wat een ander daarvan vindt ?



