Frans Kusters is geboren en getogen in Nijmegen, de stad waar hij nog steeds woont en werkt. In 1967 is Kusters gaan studeren. In 1973 ontving hij de Reina Prinsen Geerligsprijs voor acht verhalen gebundeld in De reis naar Brabant. Dat was voor Kusters de reden om door te gaan met schrijven. Richt samen met Nop Maas en Thomas Verbogt, het literaire blad De Schans op.
Het liefst schrijft Kusters verhalen zonder plot; hij wilde eenzelfde soort raadselachtigheid als in de verhalen van Borges. In 2001 publiceert hij zijn eerste roman, Na het wonder. Goedbeschouwd is dit echter ook een, sterk samenhangende, verhalenbundel met in alle verhalen dezelfde hoofdpersoon.
Frans Kusters geeft les aan eerste jaars rechtenstudenten. Hij ondervindt dagelijks waartoe de democratisering (erfenis van de ‘kritiese universiteit’ uit de jaren ’70) op de universiteit heeft geleid: een enorme bureaucratie. Dat niemand zich ertegen verzet – docenten niet en studenten niet – verbaast hem.
Kijk voor meer informatie op: www.dbnl.org/



