NTR

Peter Jacob (Koos) van Zomeren debuteerde als negentienjarige jongen met de dichtbundel De Wielerkoers van Hank (1965). In de jaren 60 schreef hij nog drie romans. Daarna stopte hij – tijdelijk – met het schrijven van literatuur.

Van 1967 tot 1971 werkte hij bij het dagblad Het Vrije Volk en daarna werd hij actief in de linkse politiek. In 1972 behoorde hij tot de oprichters van de Kommunistiese Partij Nederland/Marxisties Leninisties (KPN/ML), de voorloper van de huidige SP. In 1975 brak hij met deze partij. Zijn ervaringen in de vroege SP staan beschreven in De witte prins.

In 1976 wordt Van Zomeren verslaggever bij de Nieuwe Revu. Bijzonder ironisch waren zijn artikelen over het leven van Van Agt onder de titel Dagboek van een Zondagskind. Eind jaren ’70 verscheen een aantal thrillers van Van Zomerens hand. In 1983 keerde hij terug naar de “grote” literatuur met Otto’s Oorlog.

Het werk van Koos van Zomeren wordt gekenmerkt door vindingrijkheid, een groot stilistisch vermogen en een als ironie vermomde en soms aan de oppervlakte tredende felheid. Van Zomeren is de meest aangehaalde nog levende auteur in Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal.

Op het laatste biljet van fl 1000,= stond een vers van zijn hand:

Daar komt een vogel aan
met rafelige vleugels
diepe slagen zwart op wit.
Hij duikt en dartelt
laat zijn maffe kuifje zien
slijpt zijn stem en roept
zichzelf tot kievit uit.

(Bron: Wikipedia)

Kijk voor meer over Koos van Someren op www.schrijversinfo.nl/zomerenvankoos.html.

Reacties

Een reactie plaatsen